|
|
|
Ziektes
Ankerwormen

Oorzaak:
Parasieten zijn Lernaea soorten die behoren tot de lagere kreeften.
Zichtbare symptomen:
Ankerwormen zijn wormachtige diertjes met twee eierzakjes aan het
achtereind. Ze boren zich door de huid van vissen en dan hangen alleen de
eierzakjes nog buiten. Door infectie kan er op de plaats van aanhechting
een zweer ontstaan. Ernstige aantastingen kunnen gewichtsverlies en zelfs
de dood tot gevolg hebben.
Optreden van de parasieten:
De parasieten komen het vaakst voor bij pas geïmporteerde vissen. In
aquaria krijgt men er niet vaak mee te maken maar wel bij vijvervissen.
Ankerwormen kunnen voorkomen bij goudvissen en de grotere cichliden. De
kans is het grootst in de zomermaanden.
Mannelijke Lernaea leven slechts kort. Ze sterven nadat ze voor de
bevruchting hebben gezorgd. De wijfjes leven langer en het zijn deze
wijfjes met hun eierzakjes die men het meest op vissen aantreft. Uit de
eitjes komen vrijlevende larven die na een aantal vervellingen het
volwassen stadium bereiken. De jonge larven kunnen minstens vijf dagen
zonder een gastheer leven. De Lernaea wijfjes kunnen overwinteren op de
gastheer maar ook overwinteren in eistadium komt voor.
Behandeling:
Effectief is het gebruik van een organofosforinsekticide zoals
metriphonaat voor het elimineren van de vrijzwemmende larven en de
volwassen, aangehechte Lernaea kunnen met de hand worden verwijderd. Voeg
een passende dosis van het middel toe aan het water van de vijver of
aquarium. Haal elke aangetaste vis afzonderlijk uit het water voor een
behandeling. Met behulp van een pincet worden de Lernaea snel en toch
zorgvuldig verwijderd. Plaats het pincet zo dicht mogelijk bij de
aanhechtingsplaats en trek de ankerworm eruit. Dep daarna de
desbetreffende plek en omgeving met mercurochroom of gelijkwaardig
antiseptisch middel. Na een week of twee zal een herhaling van deze
behandeling nodig zijn. Houd de vis gedurende de behandeling in een
zachte, vochtige doek, in bedwang en zorg dat de vis voor elke behandeling
slechts enkele minuten uit het water hoeft.
Wattenziekte

Oorzaak:
Gewoonlijk Flexibacter bacteriën
Zichtbare symptomen:
Meestal vallen het eerst witachtige vlekken op rond de mond of aan de
vinnen of op het lichaam van de vis. Naarmate de ziekte voortschrijdt
verschijnen er typische, witte wattenpluizen in de mondstreek. Op het
lichaam kunnen roodachtige zweren verschijnen en de vinnen worden rafelig.
Bij schubloze vissen zitten er roodachtige randen rond de zweren.
Aangetaste vissen ( vooral de levendbarende soorten ) tonen vaak een
slingerende zwemwijze en ze verliezen hun eetlust en vermageren.
Optreden van de ziekte:
De ziekte komt vooral voor bij pas geïmporteerde zoetwatervissen en bij
zoetwatervissen die in slechte conditie zijn. In het laatste geval is er
vaak sprake van een slechte verzorging van de vijver of aquarium. Een
plotselinge verandering van de waterkwaliteit of ongeschikt water in het
algemeen kan de ziekte teweegbrengen bij vissen die gezond bleken. Ook
overbevolking of onregelmatige waterverversing kunnen oorzaken zijn.
Behandeling:
In het begin is de ziekte beperkt tot het uitwendige van de vis en dan is
behandeling mogelijk met een antibacterieel middel of met een middel op
basis van fenoxyethanol. In ernstige gevallen of in gevallen waarin ook
inwendige organen zijn aangetast moet de vis worden behandeld met een
antibioticum.
Buikwaterzucht

Oorzaak:
Infecties door bacteriën of virussen, stofwisselingsstoringen en / of
verkeerde voeding.
Zichtbare symptomen:
Duidelijk opgezette buik, uitstekende schubben, roodkleuring aan de basis
van vinnen, zweren op het lichaam en lange bleke uitwerpselen. Aangetaste
vissen kunnen hun eetlust verliezen en donkerder van kleur worden. De
kieuwen worden bleek en de ogen kunnen uitpuilen. Vloeistof kan zich in de
lichaamsholte ophopen.
Optreden van de ziekte:
Buikwaterzucht treedt vooral op onder ongunstige omstandigheden bij vissen
die om de een of andere reden in minder goeie conditie zijn.
Behandeling:
Vanwege de onzekere oorzaken is een juiste behandeling moeilijk voor te
schrijven. Aangetaste vissen kunnen het best worden ondergebracht in een
afzonderlijke bak met goed voer en onder ideale omstandigheden. Treedt er
geen verbetering op dan kan een antibioticum met breed spectrum of een
gelijkwaardig middel worden gebruikt.
Vinrot

Oorzaak:
Gewoonlijk verschillende bacteriën, zoals Aeromonas, Pseudomonas en
myxobacteriën.
Zichtbare symptomen:
Gespleten, gerafelde of gehavende vinnen, vaak met een witte rand er aan.
Tegelijk kunnen er symptomen van wattenziekte zijn door Flexibacter
bacteriën.
Optreden van de ziekte:
Vinrot treedt altijd op bij vissen die door de een of andere oorzaak in
minder goede conditie zijn. De vissen kunnen recentelijk zijn
geïmporteerd, ruw zijn behandeld of bij een gevecht betrokken zijn geweest
en daarbij in de vinnen gebeten. Ook overbevolking, minder goede
waterkwaliteit en slechte voeding bevorderen het optreden van vinrot.
Behandeling:
Met een geschikt bacteriedodend middel van een goed merk is genezing
mogelijk. Het toevoegen van wat aquarium zout kan vinrot helpen voorkomen
bij sommige zoetwatervissen zoals levendbarenden die normaal in brak water
leven. Antibiotica en andere antibacteriele middelen zullen in hardnekkige
gevallen moeten worden gebruikt. Allereerst moet worden gezorgd voor
optimale omstandigheden waardoor vinrot wordt voorkomen.
Schimmel op vissen en eieren
 
Oorzaak:
Verschillende soorten waterschimmels: o.a. Saprolegnia en Achlya
Zichtbare symptomen:
Grijze, bruine of witte aangroeisels of pluizen die op watten lijken op de
huid of de vinnen van zoet en brakwatervissen. Bij zoutwatervissen komen
problemen met uitwendige schimmels zelden voor. Gewoonlijk begint de
aantasting als een kleine vlek die zich echter zonder behandeling
uitbreidt en de vis kan doden. Ook op de eitjes kan schimmel voorkomen.
Optreden van de ziekte:
Schimmels en sporen van schimmels komen veel voor in vochtige milieus,
vooral als er ook nog veel rottend, organisch materiaal aanwezig is. De
sporen kunnen de ziekte van de ene vis op de andere overbrengen maar een
onbeschadigde, gezonde vis is beschermd door een slijmlaagje. Pas als dat
laagje niet meer intact is ( door ruw hanteren van de vis, door vechten of
andere activiteiten ) krijgen de sporen een kans. Schimmelziekten kunnen
ook optreden als de vis letsels heeft opgelopen door andere ziekten, zoals
witte stip of zweren. Bevorderend werken een plotselinge
temperatuurverandering, onhygienische omstandigheden in het aquarium en
slechte waterkwaliteit. Schimmel zal ook voorkomen op de dode eitjes van
vissen en ze zullen zich vandaar verspreiden op nabijgelegen, gezonde
eitjes, waarbij het hele legsel verloren kan gaan.
Behandeling:
Als de eerste tekenen van schimmel op een vis worden waargenomen moet een
behandeling worden gegeven met een schimmeldodend middel van een goed
merk. Licht aangetaste vissen kunnen in het aquarium worden behandeld.
Ernstig aangetaste vissen worden overgebracht in een aparte behandelbak.
Om schimmel op de eitjes te voorkomen moeten alle dode eitjes ( donker,
ondoorschijnend ) meteen met een pincet of pipet worden verwijderd.
Schimmelbestrijdende middelen zijn in de handel maar lees voor gebruik de
instructie op de verpakking. Sommige aquariumliefhebbers geven de voorkeur
aan het gebruik van methyleenblauw bij het voorkomen en bestrijden van
schimmel op eitjes. Dit middel is gewoonlijk niet schadelijk voor de
vissen maar kan zeker veilig worden gebruikt bij eitjes die men gescheiden
van volwassen vissen laat uitkomen. Natuurlijk moet ter voorkoming van
schimmelziekte gezorgd worden voor optimale omstandigheden in vijver of
aquarium.
Kieuwziekte
 
Oorzaak:
Kieuwproblemen kunnen worden veroorzaakt door bepaalde schimmels (
Branchiomycetes ), bacteriën, eencellige diertjes en door kieuwwormen (
zoals Dactylogyrus ). Daarnaast speelt ook de waterkwaliteit een grote
rol.
Zichtbare symptomen:
Aanwijzingen zijn snelle adembewegingen; gezwollen kieuwen en verkleuring
van kieuwplaatjes met overvloedige slijmafscheiding. Aangetaste vissen
verliezen eetlust en liggen zonder beweging in de bak of happen naar lucht
aan het wateroppervlak.
Optreden van de ziekte:
Vaak komen problemen voor bij pas geïmporteerde vissen onder minder
gunstige omstandigheden gehouden, of in een aquarium of vijver die slecht
is onderhouden. Slechte beluchting en / of filtratie, te groot aantal
vissen en het niet regelmatig gedeeltelijk verversen van het water
bevorderen het optreden van bedoelde problemen. Anderzijds zal een totale
verversing met onbehandeld leidingwater de tere kieuwplaatjes sterk
irriteren en meer kwetsbaar maken voor infecties.
Behandeling:
Het water zal in een betere conditie moeten worden gebracht. Beetje voor
beetje wordt 25 tot 50 % van het water ververst met water dat vooraf
geschikt is gemaakt. Zo nodig wordt een bacteriedodend middel toegevoegd.
Brengen deze maatregelen geen verbetering of zijn er kieuwparasieten
aanwezig, dan zal een behandeling nodig zijn met een
organofosforverbinding zoals metriphonaat, formaline ofwel een
koperbehandeling. Deze middelen kunnen giftig zijn voor ongewervelde
dieren en / of voor sommige vissoorten. Kieuwschimmel veroorzaakt door
Branchiomycetes is erg moeilijk te behandelen. Zorgvuldige controle van de
waterkwaliteit en het geregeld gedeeltelijk verversen helpt dit soort
problemen voorkomen.
Gaatjesziekte
Oorzaak:
Meestal het zweepdiertje ( Hexamita, ook bekend als Octomitus ).
Zichtbare symptomen:
Kleine gaatjes verschijnen in het lichaam maar vooral in de kopstreek. Het
zijn net kleine vulkaankratertjes want vaak komen er geelachtige, kazige
slijmdraden uit, waardoor het soms lijkt of de vis is aangetast door een
soort wormen. Aangetaste vissen verliezen hun eetlust en vermageren sterk,
vooral aan de buikzijde. De uitwerpselen zijn bleek en draderig. Wondjes
kunnen zich ook ontwikkelen aan de basis van de vinnen en aan de zijlijn.
Gelijksoortige symptomen komen ook voor bij een ziekte die bij
doktersvissen ( Acanthuridae ) vaak voorkomt als aantasting van kop en
zijlijn.
Optreden van de ziekte:
Heximita zweepdiertjes tasten gewoonlijk in lichte vorm de darmen aan van
een reeks koudwater en tropische vissen. Dit komt vooral voor bij
cichliden, zoals discusvissen, maanvissen, pauwoog cichliden en ook bij
goeramis. Onder bepaalde omstandigheden zoals overbevolking, laag
zuurstofgehalte, onhygiënische toestanden, temperatuurschommelingen en
slechte voeding kunnen de zweepdiertjes zich echter sterk vermeerderen en
dan de bovenbeschreven symptomen veroorzaken. Ook aantasting van kop en
zijlijn bij de doktersvis zal een complexe ziekte zijn die te maken heeft
met een slechte voeding. Bijvoorbeeld gebrek aan vitamine C en ook verband
houdt met factoren in het milieu.
Behandeling:
Het best kan de ziekte worden behandeld met middelen die aan het voer
worden toegevoegd. Helaas verliezen aangetaste vissen echter hun eetlust
en bovendien is het mengen van geneesmiddelen door kleine hoeveelheden
voer nogal moeilijk. Er zijn ook middelen die aan het water kunnen worden
toegevoegd. Op lange termijn gezien is het belangrijk om alle pas
aangeschafte vissen een tijd in quarantaine te houden, geschikte
preventieve middelen te gebruiken en alle ziektebevorderende factoren
zoveel mogelijk uit te schakelen.
Voedingsstoringen

Oorzaak:
Niet correct symptomen
Zichtbare symptomen:
De symptomen verschillen met de aard van de problemen. Een dieet met een
tekort aan eiwitten zal bijvoorbeeld een minder snelle groei veroorzaken
en mogelijk een kromgroeien van de wervelkolom. Een overmaat aan
koolhydraten of vetten zal echter heel andere verschijnselen te zien
geven: bijvoorbeeld problemen met de lever, bloedarmoede of zelfs een
verhoogde gevoeligheid voor bepaalde infectieziekten. Ook vissen kunnen
een tekort aan vitamines hebben. Een gebrek aan vitamine A zal leiden tot
een slechte groei, blindheid of bloedingen aan de basis van de vinnen. Een
vitamine B tekort kan blijken uit symptomen als abnormale kleur, ongewone
zwembewegingen waarbij perioden van opgewondenheid worden afgewisseld door
perioden van krachteloosheid van verlamming.
Een tekort aan vitamine C kan huidbeschadigingen en het kop en
zijlijnsyndroom veroorzaken, vooral bij zeevissen. Over de behoefte aan
mineralen bij vissen is maar weinig bekend. Een dieet met onjuiste
hoeveelheden calcium, magnesium en kalium zal echter aanleiding geven tot
nier en darmproblemen.
Optreden van de problemen:
Bij vissen in de vrije natuur komen voedingsstoringen zelden voor en dat
geldt nog meer voor vissen in vijvers en aquaria die een gevarieerd dieet
krijgen van voer van goede kwaliteit. De waarde van dit voer voor de
gezondheid van de vissen blijkt wel uit het feit dat voedingsstoringen in
de aquaria en vijvers weinig voorkomen.
Behandeling:
Door een goed gevarieerd dieet kunnen problemen worden voorkomen. Mocht er
toch eens iets mis gaan dan is er speciaal voer; bijvoorbeeld gedroogd,
ingevroren en zelfs bestraald voer, waardoor het mogelijk is het dieet van
voer in vlokken, kruimels en poeders aan te vullen of te variëren. Er is
speciaal voer op basis van groente en voer bestaande uit tubifex, daphina
en garnalen dat op deze wijze veilig gevoerd kan worden. Het is natuurlijk
erg belangrijk dat de vissen niet overvoerd worden door dit
geconcentreerde droge voer. Daarnaast zal het niet opgegeten voer zich in
aquarium of vijver ophopen en dat kan schadelijk werken op de
waterkwaliteit.
Lichamelijk letsel

Oorzaken:
Vissen kunnen door allerlei oorzaken verwondingen oplopen door
bijvoorbeeld ruw hanteren, door gevechten, door vervoer van geïmporteerde
vissen of door aantasting door parasieten.
Zichtbare symptomen:
Het meest opvallend zijn verlies van schubben of kleur, gespleten of
gerafelde vinnen en wonden aan huid of mond. Ernstig beschadigde vissen
worden lusteloos; de vissen liggen in een rustig hoekje van het aquarium
of vijver. Volgt er geen behandeling dan kunnen de wonden geïnfecteerd
worden door parasieten, schimmels of bacteriën.
Behandeling:
Allereerst zal de oorzaak van de beschadiging moeten worden opgespoord en
geëlimineerd. Zo zal bijvoorbeeld voorkomen moeten worden dat de vinnen
verward raken in een schepnetje of er zullen meer schuilhoekjes moeten
zijn om gevechten te voorkomen. Behandel licht beschadigde vissen in het
zoetwater aquarium met een middel tegen bacterie infecties. Isoleer
ernstig verwonde vijver en aquarium vissen in een aparte bak voor een
behandeling met een middel tegen bacteriën plus water dat in optimale
conditie is gebracht of met een antibacteriemiddel plus een kleine
hoeveelheid zout. Tegelijk kan goed gelet worden op verdere symptomen.
Hieruit kan namelijk blijken dat er sprake is van een ernstiger probleem
met bacteriën of parasieten, waarvoor een andere aanpak nodig is. Wat de
bacteriën betreft kan een behandeling met antibiotica nodig zijn.
Verwondingen behandelt men met een antiseptisch middel zoals bijvoorbeeld
mercurochroom.
Uitpuilende ogen ( Exophthalmus )

Oorzaak:
Er zijn verschillende factoren in het spel: bacteriële infectie,
aantasting door parasieten, slechte waterkwaliteit en storingen in het
metabolisme.
Zichtbare symptomen:
Een of beide ogen puilen op ongewone manier uit. Bedoeld zijn hier niet de
moorgoudvis en de telescoopvis; goudvissen die speciaal gekweekt zijn om
de uitpuilende ogen.
Optreden van problemen:
De ziekte treedt gewoonlijk slechts bij een of twee vissen in vijver of
aquarium op en blijkt dus zelden erg besmettelijk te zijn. De ziekte houdt
een korte tijd aan en verdwijnt dan vaak weer. Zijn er verscheidene vissen
waarbij plotseling bedoelde symptomen optreden, dan zal waarschijnlijk de
waterkwaliteit te wensen overlaten ofwel er is van een infectie sprake.
Behandeling:
Het kan nodig zijn aangetaste vissen te isoleren voor een behandeling met
een antibioticum met breed spectrum. Bij voorkeur wordt een injectie met
het middel gegeven. Een antibioticum zal echter slechts effect hebben als
de symptomen verband houden met een infectie door bacteriën. Een
alternatieve aanpak, waarbij uitgegaan wordt van het weinig of niet
betaste vissen maar de omstandigheden in vijver of aquarium optimaal te
maken. Geef daarbij de vissen een goed en gevarieerd dieet. Blijkt de
ziekte zich toch uit te breiden, isoleer dan de aangetaste vissen. Blijken
de zieke vissen veel pijn te hebben, dan komt een pijnloze dood in
aanmerking.
Slijmerige, troebele huid

Oorzaak:
Bij zoetwatervissen kunnen hierbij verschillende externe parasieten
betrokken zijn; zoals protozoa: Ichthyobodo / Costia, Trichodina en
Chilodonella of van de Monogena groep van de platwormen bijvoorbeeld
Gyrodactylus. Infecties met witte stip ( Ichthyophthirius ) kunnen ook
aanwezig zijn.
Zichtbare symptomen:
Op het lichaam ontstaat door overmatige slijmvorming een grijswitte laag.
Dat is vooral opvallend over de ogen en op plekken van de huid die donker
van kleur zijn. Op de flanken van de vis kunnen roodachtige plekken
ontstaan, terwijl tegelijk de kieuwen kunnen opzwellen waardoor de vis
snelle adembewegingen maakt. Ernstig aangetaste vissen zijn lusteloos. Ze
liggen op de bodem en schuren zich af en toe tegen stenen. Secundaire
infecties met bacteriën treden vaak op.
Optreden van ziekte:
Gewoonlijk bij vissen in slechte omstandigheden: overbevolking, slechte
waterkwaliteit, incorrecte voeding. De ziekte gaat over van vis op vis en
tast vooral koudwatervissen aan in het voorjaar, als de temperatuur begint
te stijgen.
Behandeling:
Om te beginnen kan men zoetwatervissen die aangetast zijn een kuur geven
met een betrouwbaar middel tegen witte stip. Leidt dit niet tot
verbetering binnen 5 tot 7 dagen voer dan een waterverversing uit van 50 %
en neem een middel tegen parasieten gebaseerd op formaline of een
organofosforverbinding, zoals metriphonaat. Helaas kunnen bepaalde
vissoorten laatst genoemd middel niet goed verdragen.
Zwemblaasaandoeningen

Oorzaak:
Verschillende factoren spelen hierbij een rol zoals plotselinge
veranderingen in de watertemperatuur. Vaak is er ook een infectie door
bacteriën.
Zichtbare symptomen:
Vaak is alleen maar waar te nemen dat een vis moeite heeft de positie in
het water te handhaven. De zieke vis helt naar een zijde licht over of
drijft op een zijde of op de rug.
Optreden van de aandoening:
Vaak treedt de aandoening tamelijk spontaan op waarbij de andere vissen in
vijver of aquarium niet blijken te worden aangetast. Gekweekte siervissen
( vooral goudvissen ) schijnen er speciaal vatbaar voor te zijn en hebben
ook vaak misvormde zwemblazen.
Behandeling:
Daar de juist oorzaak of oorzaken van de problemen niet bekend zijn kan
ook niet gemakkelijk een betrouwbare behandeling worden aanbevolen. Soms
kan er verbetering in de situatie optreden als de vis wordt overgebracht
in een ziekenbak met ondiep water, dat ongeveer 5 graden warmer is dan het
water in aquarium of vijver. Voor geval dat er bacteriën bij betrokken
zijn kan in de ziekenbak een antibacteriemiddel worden gebruikt. Het
toevoegen van wat zout kan nuttig zijn. Vissen die zich ondanks deze
maatregelen ellendig blijken te voelen, kunnen beter pijnloos worden
gedood.
Fluweelziekte of koraalvisziekte

Oorzaak:
Parasitaire, eencellige organismen die bekend zijn als dinoflagellaten:
Amyloodinium bij zoutwatervissen en Oodinium bij zoetwatervissen.
Zichtbare symptomen:
Een geelachtig grijs laagje op huid en vinnen. De vissen kunnen langs
stenen gaan schuren en maken snellere kieuwbewegingen. In ernstige
gevallen gaat de eetlust verloren en liggen de vissen bewegingloos in het
water terwijl de huid kan afschilferen. Verwarring met andere ziekten is
mogelijk zoals met witte stip, maar bij de hier bedoelde ziekte lijkt de
vis vaak besprenkeld met goudstof. De ziekte wordt ook wel zand of
peperstip genoemd. De koraalziekte is een gelijksoortige ziekte bij
tropische zee vissen.
Optreden van de ziekte:
Meestal zullen de parasieten met nieuwe vissen in het aquarium worden
gebracht. Volwassen parasieten laten de vis los en kapselen op de bodem
in. In dat kapsel worden na een aantal delingen zwermsporen met
zweepdraden gevormd. Deze kunnen opnieuw een vis infecteren. De
zwermsporen kunnen echter minstens 24 uur en mogelijk verscheidene dagen
zonder gastheer. Tenslotte vestigen ze zich op de huid of op de kieuwen.
Bij ernstige aantasting van de kieuwen kan de vis sterven. Vooral
hardnekkig blijkt de ziekte te zijn bij killivissen, enkele Anabantidae (
labyrintvissen ), goudvissen en wat de koraalziekte betreft uiteraard de
koraalvissen.
Behandeling:
Bij zoetwatervissen kan genezing worden bereikt met een middel tegen
fluweelziekte, een middel tegen witte stip of een breedspectrum
antiparasietenmiddel. Ze zijn onder verschillende merknamen in de handel.
De behandeling kan plaatshebben in aquarium of vijver maar ernstig
aangetaste vissen brengt men voor behandeling over naar een ziekenbak.
Problemen met de waterkwaliteit

Oorzaak:
Onjuiste of sterk variërende conditie van het water; vooral de pH, de
hardheid, het soortelijk gewicht / relatieve dichtheid en de temperatuur.
Daarnaast zijn belangrijk: het gehalte aan nitrieten, ammoniak, andere
schadelijke stoffen en natuurlijk ook het zuurstofgehalte.
Zichtbare
symptomen:
De effecten van een niet goede water kwaliteit kunnen variëren van geringe
afwijkingen van het normale gedrag van vissen tot verlies van vissen op
grote schaal. In acute situaties zullen de meeste vissoorten in vijver of
aquarium zich plotseling ongewoon gaan gedragen. De symptomen kunnen zijn
eigenaardig zwemgedrag, snelle kieuwbewegingen, inactieve perioden
afgewisseld door springende bewegingen, luchthappen aan het
wateroppervlak, uitpuilende of troebele ogen. De dood kan hierop volgen.
In chronische situaties zal een iets minder goede waterkwaliteit leiden
tot verlies van kleur, verlies van eetlust en een grotere gevoeligheid
voor bijvoorbeeld vinrot en schimmel. Onder dergelijke omstandigheden
zullen ook de voortplantingsresultaten magertjes zijn of geheel
uitblijven.
Optreden van de problemen:
Problemen met de waterkwaliteit doen zich vooral voor in nieuw ingerichte
aquariums of vijvers of als het onderhoud van waterpartijen te wensen
overlaat.
Behandeling:
De problemen kunnen worden voorkomen door een verstandig en regelmatig
onderhoud van vijver of aquarium, waartoe een geregelde inspectie van het
water behoort. Natuurlijk is het belangrijk om overbevolking en
overvoering te vermijden en om te voorkomen dat er giftige of schadelijke
stoffen in het water kunnen komen ( bijvoorbeeld: verf, tabaksrook,
bestrijdingsmiddelen of kunstmeststoffen uit de tuin ). Natuurlijk zal een
correcte verzorging van de vijver of het aquarium noodzakelijk zijn.
Wanneer echter vissen tekenen van ziekte door slechte waterkwaliteit
beginnen te vertonen dan kan de situatie verbeterd door een
waterverversing van 50 tot 75 % onmiddellijk uit te voeren. Dat water moet
natuurlijk in de juiste conditie ( correcte temperatuur enz. ) worden
gebracht voordat het in de vijver of het aquarium wordt gedaan. In sommige
gevallen is het soms beter de vissen over te brengen in een aparte bak met
geschikt water om eerst de oorzaken op te sporen.
Witte stip

Oorzaak:
Ichthyophthirius multifiliis in zoetwater aquaria en Cryptocaryon in zout
water. Beide soorten behoren tot de trilhaardiertjes ( Ciliata ) en gaan
vaak vergezeld van andere huid en kieuwparasieten.
Zichtbare symptomen:
Kleine, witte cysten aan de huid, vinnen en kieuwen. Elke cyste kan een
doorsnede hebben van een mm, maar sommige vormen samen onregelmatige witte
vlekken. Ernstig aangetaste vissen lijken soms besprenkeld met zout of
suikerkorreltjes. Ze schuren zich tegen stenen of over de bodem.
Kieuwbewegingen zijn versneld. In vijvers verzamelen aangetaste vissen
zich vaak in een ondiep gedeelte tussen de planten. Secundaire bacteriële
infecties komen algemeen voor.
Optreden van de ziekte:
Volwassen parasieten die zich op de gastheer hebben gevoed, laten zich
vallen. Op de bodem van aquarium of vijver kapselen ze zich in. In het
kapsel worden door herhaalde delingen zwermsporen gevormd. Deze komen vrij
en gaan op zoek naar een gastheer. Ze sterven als dat binnen korte tijd
niet lukt. Elk kapsel levert vele honderden van die zwermsporen. De tijd
die voor het doorlopen van de gehele levenskringloop nodig is, verschilt
met de temperatuur. Bij hogere temperatuur in een tropisch aquarium gaat
alles veel sneller. Zo zal Ichthyophthirius ongeveer drie of vier dagen
doen over de complete cyclus bij een temperatuur van 21 graden, terwijl
dat bij 10 graden minstens vijf weken in beslag zal nemen. Bij lagere
temperaturen maakt de parasiet een rustperiode door die een aanzienlijke
tijd kan duren. Cryptocaryon is meer afhankelijk van een hoge temperatuur
en zal zelden problemen veroorzaken bij temperaturen onder de 20 graden.
De relatief grote aantallen vissen in een aquarium of vijver maken het de
parasieten natuurlijk nogal gemakkelijk om een nieuwe gastheer te vinden.
Behandeling:
Vastgehecht aan de vis zit de witte stip parasiet net onder de buitenste
laag van de huid en is dus moeilijk te verwijderen. Daarom heeft het
toevoegen van chemische middelen aan het water van een besmet aquarium tot
doel de vrijlevende stadia te bestrijden. Een aantal geschikte middelen
tegen witte stip is voor het gebruik in zoetwater onder verschillende
merknamen in de handel. Er zijn echter enkele zoetwatervis soorten zoals
de clownbotia en schubloze meervallen die wat gevoelig zijn voor enkele
van deze middelen. In dat geval kunnen de parasieten onder de duim worden
gehouden door de temperatuur te verhogen tot minstens 32 graden gedurende
enkele uren, als de vissen dat tenminste kunnen verdragen. Deze
behandeling wordt om de drie tot vijf dagen herhaald. Ook zullen de
parasieten worden gedood als het aquarium gedurende minstens zeven dagen
bij een temperatuur van 20 graden of hoger visvrij wordt gehouden. Witte
stip kan geïntroduceerd worden met nieuwe vissen of waterplanten en met
levend voer.
Wormen in de lichaamsholte
 
Oorzaak:
Parasitaire wormen zoals Cestoda ( lintwormen ) en Nematoda ( rondwormen
).
Zichtbare symptomen:
Lichte aantastingen blijven vaak onopgemerkt en veroorzaken weinig of geen
schade. Bij ernstige aantasting kan de buik opzwellen, wat het zwemgedrag
beïnvloedt. Inwendige organen kunnen worden beschadigd en de lichaamswand
kan scheuren. Lintwormen zijn platwormen die verscheidene centimeters lang
kunnen worden. Ze hebben een kop met zuiggroeven of zuignappen en soms ook
haken. Afhankelijk van de soort is het lichaam verdeeld in segmenten.
Nematoda zijn ronde draadachtige wormen met een geelachtig bruine kleur.
Beide soorten parasieten kunnen vrij in de lichaamsholte leven of ze zijn
ingekapseld in witachtige cysten.
Optreden van de parasieten:
Deze parasieten komen het meest voor in pas geïmporteerde of in het wild
gevangen vissen. Door hun complexe levenscyclus, waarbij twee of drie
gastheren nodig zijn, vormen zij zelden een ernstig probleem in aquaria of
vijvers.
Behandeling:
Gelukkig vormen deze parasieten zelden een probleem. Een betrouwbare
behandeling is trouwens erg moeilijk. Koop geen vissen met symptomen van
wormaantasting en vermijd het voeren van levend voer, zoals Cyclops en
andere planktondiertjes die tussengastheer zijn voor veel nematoda en
cestoda.
Wormen in de darmen

Oorzaak:
Verschillende darmparasieten: Cestoda ( lintwormen ), Nematoda (
rondwormen ) en Acanthocephala. Ook Digenazuigwormen komen hier voor, maar
die veroorzaken zelden grote problemen.
Zichtbare symptomen:
Deze ontbreken vaak behalve bij ernstige aantastingen. Daarbij kunnen de
vissen mager of juist opgezwollen lijken, terwijl er mogelijk parasieten
uit de aarsopening steken. De parasieten komen het meest voor bij vissen
die in het wild zijn gevangen en bij pas geïmporteerde vissen. Lintwormen
zien er uit als platte, witte, gekronkelde linten die soms duidelijk in
segmenten zijn verdeeld. Nematoden hebben een kenmerkend wormachtig
uiterlijk. Het zijn cilindrische wormen die enkele centimeters lang kunnen
worden. Er zijn ook kleinere soorten. De kleur kan roodachtig bruin zijn.
Acanthocephala zijn meestal geelachtig wit en ze hebben een lengte van een
tot twee cm. De lichaamsvorm is cilindrisch of wat afgeplat en de kop is
kenmerkend uitgerust met een intrekbare, van doorns voorziene slurf. Deze
dient als verankering in de darmwand van de gastheer. Een verteringskanaal
ontbreekt.
Optreden van de parasieten:
In de meeste gevallen zullen aquarium en vijverliefhebbers aantastingen
door deze parasieten niet opmerken. Gewoonlijk hebben ze ingewikkelde
levenscyclus met twee of drie tussengastheren. Deze zijn zelden in een
aquarium of vijver aanwezig en dus zijn er niet zoveel problemen te
verwachten.
Een uitzondering vormt Camallanus. Deze nematode komt voor bij tropische,
levendbarende vissen. Problemen ontstaan bij ernstige aantastingen.
Camallanus heeft normaal een roeipootkreeftje nodig als tussengastheer
maar blijkt ook zonder die tussenstap van vis op vis te kunnen overgaan,
minstens gedurende enkele generaties. In sommige situaties worden de
vissen soms ernstig aangetast.
Behandeling:
Behandeling zal vaak niet noodzakelijk zijn en ook niet kunnen worden
uitgevoerd omdat lichte aantastingen aan de aandacht ontsnappen. De lichte
gevallen veroorzaken ook weinig overlast of schade. Zoals boven reeds
opgemerkt ontbreken in vijver en aquarium gewoonlijk de nodige
tussengastheren. Parasieten die in de darmen van pas geïmporteerde vissen
zouden voorkomen, zullen sterven en een nieuwe besmetting is erg
onwaarschijnlijk.
Dit geldt dus niet voor Cammallanus rondwormen. Wordt een aantasting met
deze parasieten ontdekt dan zal een behandeling met een wormmiddel nodig
zijn.
Bron:
http://claudiacichlids.tripod.com
|
|
|